Naast de Arbeidsinspectie heeft ook de gemeente de mogelijkheid invloed uit te oefenen op de arbeidsomstandigheden. Ingevolge artikel 45 van de Arbeidsomstandighedenwet kan de gemeente, indien bijzondere omstandigheden dat vergen, lokale voorschriften stellen ter bescherming van veiligheid, gezondheid en welzijn in verband met arbeid. Deze voorschriften kunnen alleen maar betrekking hebben op vormen van prostitutie, waarbij sprake is van een arbeids-of gezagsverhouding (relatiewerkgever-werknemer). Ten aanzien van zelfstandige prostituees kunnen niet zodanige regels gesteld worden. Wil de gemeente tot het stellen van regels inzake de arbeidsomstandigheden overgaan, dan zal de raad hiervoor een verordening moeten vaststellen. Hiervoor zullen gelet op de lokale situatie vooralsnog geen voorstellen gedaan worden. In de praktijk zal er meestal geen arbeidsovereenkomst in de zin van de wet bestaan tussen de exploitant en de prostituee. Er bestaan wat afspraken onderling, maar de prostituee huurt veelal de werkruimte van de exploitant en wordt beschouwd als zelfstandige. In de gemaakte afspraken hoort het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee centraal te staan. Dat betekent dat de prostituee klanten moet kunnen weigeren en niet mag worden gedwongen om te werken zonder condoom of tot het drinken van alcoholhoudende dranken met de klant. Indien er sprake is van een arbeidsverhouding, zijn de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit onverminderd van toepassing. De vraag of dit zo is zal bij beide prostitutiebedrijven moeten worden beoordeeld. De vergunninghouder is te allen tijde verantwoordelijk voor hetgeen in en in de omgeving van zijn seksinrichting plaatsvindt en kan zich daaraan door het eventueel ontbreken van een arbeidsverhouding niet onttrekken.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.10