Naar hoofdinhoud
De gemeente heeft een aantal taken gebaseerd op de Wet collectieve preventie volksgezondheid (Wcpv). Daarnaast is op basis van artikel 87b APV het college van burgemeester en wethouders bevoegd om in het belang van de gezondheid nadere regels te stellen speciaal met betrekking tot prostitutie. Het gaat hierbij met name om preventie en voorlichting over seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) en Aids. Ook los van de opheffing van het algemeen bordeelverbod is de preventie van aids en soa een taak van gemeenten. Dit is bepaald in artikel 3 van de Wcpv. Het gaat hierbij om: Passieve opsporing Actieve bron- en contactopsporing Begeleiding en voorlichting aan patiënten, specifieke groepen en hulpverleners Controle van specifieke groepen De GGD is als uitvoerende instantie belast met deze taken. Met de GGD zullen op korte termijn besprekingen gevoerd worden over de wijze waarop het beste invulling gegeven kan worden aan onder andere preventiemaatregelen. Om op een goede manier invulling te geven aan bovenstaande taken zijn in overleg met de GGD inmiddels nadere regels geformuleerd. Deze zijn door ons vastgesteld en separaat aan de raadscie ABZ ter kennisneming aangeboden. De nadere regels in het kader van de volksgezondheid brengt een aantal kosten met zich mee. Allereerst voert de GGD de verplichte inspectie op hygiënegebied uit. De voorlichting is gericht op de prostituees en draagt bij aan het veilige seksbeleid van de inrichting. De medewerker van de GGD fungeert hierbij als vertrouwenspersoon waarbij de prostituee met allerlei vragen terecht kan. Voor medisch onderzoek verwijst de GGD in principe door naar het UMC Utrecht; aan deze onderzoeken zijn voor de prostituees slechts zeer geringe kosten verbonden om de drempel zo laag mogelijk te houden.

Rechtspraak bij dit artikel