In de APV is er voor gekozen om sekswinkels niet onder het begrip “seksinrichting”(en daarmee onder de vergunningplicht) te brengen. Hieraan ligt de gedachte ten grondslag dat de vestiging van sekswinkels doorgaans afdoende zal kunnen worden gereguleerd langs de weg van het bestemmingsplan. Echter, aangezien het bestemmingsplan niet dezelfde belangen beoogt te beschermen als de APV, is het wenselijk op grond van deze belangen een goede afweging te maken. Gelet op de plaatselijke omstandigheden wordt het in strijd geacht met het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving en het voorkomen of beperken van overlast dat in of in de direct omgeving van buur- en wijkwinkelcentra sekswinkels worden geëxploiteerd, temeer omdat zich in de directe omgeving van diverse dergelijke centra lagere scholen, peuter- en kleuteropvang en buurthuizen aanwezig zijn, alsmede in de directe omgeving van kerken. De belastende uitstraling, welke een dergelijke winkel met zich mee brengt, maakt een te grote inbreuk op de openbare orde en woon- en leefomgeving. Derhalve zijn deze gebieden ingevolge artikel 88e van de APV aangewezen als gebied waarin het verboden is een sekswinkel te exploiteren.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5