De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 8 en 9 van de Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland genoemde gevallen (geheel of gedeeltelijk) worden geweigerd indien naar het oordeel van het college er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
a. de activiteiten niet of niet geheel passen in het vastgestelde gemeentelijk beleid;
b. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die naar het oordeel van het college in strijd (kunnen) zijn met de wet, internationale verdragen, het algemeen belang, de openbare orde, de leefbaarheid en de veiligheid;
c. de aanvrager zelf in de kosten kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan, tenzij het college van oordeel is dat de activiteiten dermate in het gemeentelijk belang zijn dat van dit beleidsuitgangspunt kan worden afgeweken. Onder middelen van derden moet ook worden verstaan het eigen vrij aanwendbare vermogen;
d. de activiteiten en voorzieningen die strijdig zijn met geldende wettelijke voorschriften of internationale verdragen of de openbare orde ernstig kunnen verstoren;
e. activiteiten die uitsluitend of in hoofdzaak dienstbaar zijn aan politieke, commerciële of religieuze doeleinden.
Titeldeel 3 › Hoofdstuk 1
Artikel 4