**1.** Een instelling kan aanspraak maken op een subsidie wanneer wordt voldaan aan de bepalingen van de Algemene Subsidie Verordening en indien van toepassing deze Nadere Regels, tenzij anders bepaald.
**2.** Subsidie wordt slechts verstrekt wanneer:
a. de behoefte aan de activiteit, investering of voorziening is aangetoond;
b. de activiteiten of voorzieningen passen binnen de beleidsdoelstellingen van de gemeente;
c. een zodanige werkwijze wordt toegepast, dat redelijkerwijs mag worden verwacht, dat de beoogde doelstellingen kunnen worden bereikt;
d. de instelling aannemelijk maakt, dat met inbegrip van een subsidie van de gemeente de benodigde financiële middelen beschikbaar zijn om de gestelde doelstellingen te realiseren;
e. uit de subsidieaanvraag blijkt dat de gevraagde subsidie in redelijke verhouding staat tot de uit te voeren activiteiten, te realiseren investeringen of de tot stand te brengen of in stand te houden voorzieningen.
**3.** Een subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van regionale/landelijke instellingen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. van de activiteiten gebruik gemaakt wordt door inwoners van de gemeente Noord-Beveland, die in het gemeentelijke aanbod niet of niet in voldoende mate gebruik kunnen maken van voor hen geschikte voorzieningen;
b. de activiteiten deels door vrijwilligers worden georganiseerd.
**5.** Elke verlening van een subsidie geschiedt onder het voorschrift, dat de daarvoor de benodigde middelen in de vastgestelde gemeentebegroting beschikbaar zijn gesteld.
**6.** Het verleende, dan wel gelijktijdig vastgestelde subsidiebedrag voor een activiteit in een komende periode kan niet meer bedragen dan het voor dat jaar begrote exploitatietekort.
**7.** Het vastgestelde subsidiebedrag voor een activiteit in een verstreken periode, kan niet meer bedragen dan het verleende bedrag.
Titeldeel 3 › Hoofdstuk 1
Artikel 3