**2.1.** Beoordelingen
Een beoordelingsgesprek wordt alleen gehouden als de beoordelaar
of medewerker dat wil. In ieder geval bij het nemen van
negatieve besluiten ten aanzien van de rechtspositie van de
medewerker, waarbij het functioneren van de medewerker een rol
speelt. De medewerker is verplicht mee te werken.
Het beoordelingsgesprek wordt gevoerd tussen de beoordelaar en
de medewerker. Indien één van hen dit wenst, kan een informant,
belangenbehartiger en/of een P&O-adviseur bij het gesprek
aanwezig zijn.
**2.2.** Opstellen voorlopige beoordeling
De beoordelaar maakt een voorlopige beoordeling op. Hij gebruikt
daarbij het verslagformulier beoordelingsgesprek.
De beoordelaar beoordeelt het functioneren van de medewerker.
Daarbij worden ook de afspraken in acht genomen die tussen
medewerker en beoordelaar zijn gemaakt over de
beoordelingsperiode, deze periode bedraagt maximaal 12
maanden.
De beoordelaar gaat daarbij uit van zijn eigen ervaringen en
maakt zo mogelijk gebruik van de ervaringen van door hem aan te
wijzen informanten. Op het beoordelingsformulier wordt
aangegeven bij welke informanten informatie is ingewonnen.
**2.3.** Het Beoordelingsgesprek
De beoordelaar stelt na overleg met de medewerker een datum vast
voor het beoordelingsgesprek.
Minimaal één week voor het beoordelingsgesprek ontvangt de
medewerker een afschrift van de voorlopige beoordeling.
De beoordelaar licht in het gesprek zijn voorlopige beoordeling
toe.
Indien de medewerker van mening is dat essentiële informatie
betrokken kan worden van een informant, die nog niet
ingeschakeld is door de beoordelaar, kan hij dat in het
beoordelingsgesprek aangeven. De beoordelaar zal dan alsnog
informatie inwinnen bij deze informant. Deze informatie wordt
meegenomen bij het opstellen van de definitieve beoordeling.
De medewerker krijgt in het beoordelingsgesprek de gelegenheid
zijn visie op het functioneren tijdens de beoordelingsperiode
kenbaar te maken. Wanneer de beoordeelde ten aanzien van de
beoordeling wijzigingen voorstelt waarin de beoordelaar zich kan
vinden, worden de wijzigingen in de definitieve beoordeling
meegenomen.
De medewerker kan in het beoordelingsgesprek aangeven dat hij
gebruik wil maken van de mogelijkheid om op het verslagformulier
beoordelingsgesprek kanttekeningen te plaatsen.
De medewerker kan in het beoordelingsgesprek aangeven dat hij
gebruik wil maken van de mogelijkheid voor een aanvullend
beoordelingsgesprek met de beoordelaar en de naasthogere
leidinggevende of degene die de beoordeling vaststelt.
**2.4.** Definitieve beoordeling
Naar aanleiding van het beoordelingsgesprek of het eventuele
aanvullend beoordelingsgesprek, stelt de beoordelaar een
definitieve beoordeling op. Hij gebruikt daarbij het
verslagformulier beoordelingsgesprek.
Indien de medewerker dit in het beoordelingsgesprek en/of het
aanvullend beoordelingsgesprek heeft aangegeven, kan hij op het
verslagformulier beoordelingsgesprek zijn kanttekeningen
plaatsen.
De medewerker tekent de beoordeling op het verslagformulier
beoordelingsgesprek voor akkoord of gezien en zijn eventuele
kanttekingen voor akkoord.
De beoordeling wordt door de directeur/gemeentesecretaris namens
het bevoegd gezag vastgesteld.
De medewerker ontvangt binnen twee weken na de vaststelling van
de beoordeling een afschrift van het verslagformulier
beoordelingsgesprek.
Het verslagformulier beoordelingsgesprek wordt bewaard in het
digitale persoonsdossier van de medewerker.
De medewerker die zich niet kan verenigen met een besluit als
bedoeld in het vierde lid, kan op grond van de Awb een
gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het bevoegd gezag.