Voordat een verlaging wordt toegepast wordt de belanghebbende
eerst in de gelegenheid gesteld
zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is
gesteld zijn zienswijze naar voren
te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of
omstandigheden hebben voorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van
het college of van een derde aan
wie het college met toepassing van artikel 7 van de Wwb
of artikel 34 van zowel de Ioaw en
Ioaz werkzaamheden in het kader van deze wetten heeft
uitbesteed, om binnen een gestelde
termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in
artikel 17 van de Wwb, de Ioaw en ioaz.
het college het horen niet nodig acht voor het
vaststellen van de ernst van de gedraging of de
mate van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 1
Artikel 7.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wwb, Ioaw en Ioaz 2013