Het college ziet af van het toepassen van een verlaging
indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan een jaar voor constatering van die
gedraging door het college heeft
plaatsgevonden.
Het college kan afzien van een verlaging indien het daarvoor
dringende redenen aanwezig acht.
Indien het college afziet van een verlaging op grond van
dringende redenen, wordt een
belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1
Artikel 8.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wwb, Ioaw en Ioaz 2013