**1..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
vijf procent van de berekeningsgrondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de berekeningsgrondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de berekeningsgrondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de berekeningsgrondslag gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie;
**2..** Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
De hoogte en duur van de verlaging.
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013