Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 36c

Artikel 36c

Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Rheden 2008

Aan de medewerker, op wie het bepaalde in artikel 2 lid 1 van toepassing is, kan ter financiering van de aankoopkosten van een mede voor de dienst te gebruiken motorvoertuig een rentedragende annuïteitenlening worden verstrekt. Het maximumbedrag voor deze lening is gelijk aan het in de bijlage van deze regeling vermelde bedrag onder rentedragende annuïteitenlening (dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met het van toepassing zijnde prijsindexcijfer.) Als rentepercentage voor de gehele looptijd van de lening wordt gehanteerd het debetrentepercentage in rekening courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten, zoals dat geldt op 1 januari van het jaar waarin de lening wordt gesloten. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde lening dient tezamen met de verschuldigde rente te worden terugbetaald in jaarlijkse gelijke termijnen. Maandelijks zal 1/12 deel van de jaarannuïteit voor rente en aflossing op het salaris worden ingehouden.Bij tussentijdse extra aflossing zal het maandelijks op het salaris in te houden bedrag voor rente en aflossing worden aangepast aan het begin van het volgend kalenderjaar. De maximale looptijd van de lening wordt als volgt bepaald: maximaal 5 jaar voor een nieuw motorvoertuig; maximaal 4 jaar voor een gebruikt motorvoertuig van max. 1 jaar oud; keus voor maximaal 4 of 3 jaar voor een gebruikt motorvoertuig tussen 1 en 2 jaar oud; maximaal 3 jaar voor een gebruikt motorvoertuig ouder dan 2 jaar. Aan de medewerker wordt 1% provisiekosten in rekening gebracht over het bedrag van de lening, met een minimumbedrag als vermeld in de bijlage van deze regeling onder rentedragende annuïteitenlening. Indien de medewerker uit dienst treedt, wordt de lening of het schuldrestant onmiddellijk opeisbaar, tenzij ontslag wordt verleend op basis van artikel 8:5 CAR/UWO. In dat geval blijft het oorspronkelijke rente- en aflossingsplan van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel