Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, dient door burgemeester en wethouders, naar aanleiding van een beoordelingsgesprek met de leidinggevende, bepaald te worden dat voor hem de in artikel 7 bedoelde periodieke verhoging van het salaris achterwege wordt gelaten.
Nadien kan worden bepaald dat de bedoelde periodieke verhoging van het salaris, welke met toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend.
Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.
Hoofdstuk
Artikel 8
Geen periodieke verhoging
Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Rheden 2008