Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.

Recht op langdurigheidstoeslag

Onderdeel van VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013

Bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, 1e lid van dit artikel, moet de gemeenteraad vastleggen wat onder ‘laag inkomen’ wordt verstaan. Laag inkomen De inkomenseis is in Kerkrade vastgesteld op 100% van de geldende bijstandsnorm. Daarnaast worden de volgende inkomsten buiten beschouwing gelaten: a. een eerder verstrekte langdurigheidstoeslag; b. huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebondenbudget en kinderopvangtoeslag; c. andere vrijlatingen op grond van artikel 31 lid 2 WWB. De vraag of het inkomen van een belanghebbende gedurende de referteperiode niet hoger is dan het langdurig lage inkomen, dient niet al te rigide te worden beoordeeld. Een marginale overschrijding van dit lage inkomen moet worden genegeerd (vergelijk CRvB 19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a., LJN BE8918, en CRvB 15-02-2011, nr. 08/5141 WWB, LJN BP5532). Aan deze eis voldoet de gemeente Kerkrade door de vrijlating van een bedrag van € 764 gedurende de gehele referteperiode. Het is daarbij niet van belang of genoemd bedrag bij een eenmalige overschrijding bereikt wordt of doordat de klant maandelijks een iets hoger inkomen (€ 21.22) heeft dan de geldende bijstandsnorm. Vermogen Er wordt voor wat betreft de vermogensbepaling in het kader van het recht op langdurigheidstoeslag altijd uitgegaan van de aanvraagdatum. Dit is ten gunste van aanvragers. Vermogensoverschrijdingen in de langdurige periode spelen dus geen rol. Er wordt alleen gekeken naar het vermogen op datum aanvraag. Geen zicht op inkomensverbetering Door de zinsnede <geen zicht op inkomensverbetering> wordt gewaarborgd dat bepaalde groepen met een goed arbeidsmarktperspectief niet in aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag. Personen met een lage opleiding werken in de regel in banen met inkomsten die op of net boven het sociaal minimum liggen. Personen met een uitkering en een lage opleiding komen, als zij er in slagen werk te krijgen, in de regel eveneens alleen in aanmerking voor banen met inkomsten die op of net boven het sociaal minimum liggen. Het is niet realistisch te verwachten dat deze personen op redelijke termijn in staat zullen zijn hun inkomsten significant te verbeteren. Dit geldt voor langdurige werklozen, hoger of hoog opgeleide mensen van een middelbare leeftijd eveneens. In het 2e lid van dit artikel is opgenomen wanneer men geen recht op langdurigheidstoeslag heeft, terwijl men toch tot de doelgroep behoort. Het betreft steeds situaties, waarbij de cliënt gedurende de referteperiode een maatregel of boete is opgelegd wegens het niet (voldoende) nakomen van WWB-verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel