Een belanghebbende is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, indien op enig moment gedurende de referteperiode de uitsluitingsgronden zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef onder a tot en met f van de wet, van toepassing zijn.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid zijn kortdurende detentie en een kortdurende overschrijding van de gebruikelijke vakantieduur geen reden om een belanghebbende uit te sluiten van het recht op langdurigheidstoeslag.
Onder kortdurend in de zin van het tweede lid wordt verstaan: een termijn van maximaal dertig dagen gedurende 36 maanden.