**1..** De langdurigheidstoeslag bedraagt:
38,94% van de gezinsnorm 21 jaar tot personen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken voor een gezin;
35,05% van de gezinsnorm 21 jaar tot personen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken voor een alleenstaande ouder;
27,26% van de gezinsnorm 21 jaar tot personen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken voor een alleenstaande.
**2..** Indien sprake is van een niet-rechthebbende partner komt de rechthebbende partner in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem / haar als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
**3..** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Hoofdstuk 1
Artikel 4.
Hoogte langdurigheidstoeslag
Onderdeel van VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013