De medewerker neemt minimaal twee derde deel van het totale vakantieverlof op, zoals berekend volgens artikel 13 van deze verordening.
De leidinggevende van de afdeling beslist over de verlofopname van de medewerker.
Bij een besluit op een verlofaanvraag wordt rekening gehouden met de uitgangspunten zoals opgenoemd in artikel 2 van deze verordening.
Indien de medewerker verlof voor een hele dag of een dagdeel opneemt, gelden de volgende bepalingen:
de medewerker van de binnendienst neemt voor een hele verlofdag het aantal overeengekomen uren van de formele arbeidsduur per dag op;
de medewerker van de buitendienst neemt verlof op de volgende wijze op:
in de winterperiode: voor een hele verlofdag: maandag tot en met donderdag 7,25 uur en voor de vrijdag geldt 7 uur verlofopname. In de winterperiode staat voor een ochtend 4,25 uur verlof en voor een middag 3 uur verlof.
in de zomerperiode geldt voor een hele dag verlof 9 uur. Voor een ochtend verlof geldt 5,25 uur en voor een middag geldt 3,75 uur verlofopname.
De medewerker die in een rooster werkzaam is, neemt voor een dag verlof het aantal uren op dat volgens zijn rooster gewerkt zou worden.
De medewerker in de binnendienst kan flexibel verlof opnemen. Dit wil zeggen dat hij per uur verlof op kan nemen, met in achtneming van de uitgangspunten zoals verwoord staat in artikel 2 van deze verordening.
De medewerker die werkt in een rooster kan alleen verlof voor een uur opnemen, in overleg met zijn leidinggevende.
De medewerker van de buitendienst kent de volgende verlofmomenten: aanvang tot koffiepauze, koffiepauze tot lunch, lunch tot einde dag. Het opnemen van korter verlof is alleen mogelijk met uitdrukkelijke toestemming van de leidinggevende.
De medewerker bespreekt de opname van het vakantieverlof bij voorkeur zo ruim mogelijk voor de vakantiedatum met de leidinggevende.
Hoofdstuk
Artikel 14
Opname van verlofuren
Onderdeel van Verordening verlof en werktijden medewerkers gemeente Uithoorn / G2, 2014