1. De verlaging, bij gedragingen zoals bedoeld in artikel 9, wordt
vastgesteld op:
a. vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de eerste categorie;
b. tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de tweede categorie;
c. vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de derde categorie;
d. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de vierde categorie
2. In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a van dit
artikel kan worden volstaan wordt met het geven van een schriftelijke
waarschuwing, tenzij het niet of niet tijdig nakomen van de verplichting
plaatsvindt binnen een periode van 24 maanden gerekend vanaf de datum
waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is
gegeven.
3. Met de in het vorige lid genoemde datum wordt bedoeld de datum
waarop de schriftelijke waarschuwing is verzonden.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 10.
De hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening 2013