1. De ingangsdatum van de verlaging is met ingang van de eerst volgende
kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen
van de verlaging aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt
uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm
2. In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende
kracht worden opgelegd, voor zover de bijstandsnorm nog niet is
uitbetaald en de ingangsdatum van de verlaging niet voor de te
sanctioneren gedraging komt te liggen.
3. Indien geen verlaging opgelegd of uitgevoerd kan worden omdat de
uitkering wordt beëindigd, kan alsnog een verlaging worden opgelegd of
uitgevoerd indien de belanghebbende binnen een termijn van een jaar
opnieuw recht heeft op een uitkering op grond van de WWB, het Bbz, de
IOAW of de IOAZ.
4. In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het zelfstandigen
betreft die een uitkering voor het levens-onderhoud in de vorm van een
geldlening op grond van het Bbz hebben ontvangen, de verlaging met
terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling
van de bijstand.
HOOFDSTUK 1
Artikel 4.
Ingangsdatum en tijdvak van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening 2013