1. De verlaging wordt toegepast op de voor de belanghebbende van
toepassing zijnde bijstandsnorm.
2. In afwijking van het eerste lid kan de verlaging ook worden
toegepast op de bijzondere bijstand indien:
a. aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing
van artikel 12 WWB; of
b de verwijtbare gedraging aan belanghebbende in relatie met zijn recht
op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft.
3. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel a, moet in de
hoofdstukken 2 en 3 van deze verordening “bijstandsnorm” worden gelezen
als “bijstandsnorm plus de op grond van artikel 12 WWB verleende
bijstand”.
4. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, moet in de
hoofdstukken 2 en 3 “bijstandsnorm” worden gelezen als “de verleende
bijzondere bijstand”.