1. De duur van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende
zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een
verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare
gedraging van dezelfde of hogere categorie.
2. Indien een belanghebbende zich, na een besluit als bedoeld in het
eerste lid, wederom schuldig maakt aan een of meerdere verwijtbare
gedragingen zoals genoemd in artikel 9, 11,12, of 13 van deze
verordening, en die plaatsvinden binnen een periode van 24 maanden na
het laatste recidivebesluit, kan het college al individualiserend de
hoogte en de duur van de toe te passen verlaging vaststellen.
3. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende
redenen, bedoeld in artikel 3, tweede lid van de verordening.