Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 11.

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Midden-Delfland 2013

1.. Onverminderd artikel 2, lid 2, van de verordening wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in artikel 10 van deze verordening vastgesteld op: vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie met dien verstande dat bij het niet aanvaarden of behouden van arbeid van geringe omvang de hoogte van de maatregel wordt vastgesteld naar de mate waarin belanghebbende inkomen zou hebben kunnen verwerven. 2.. Van het opleggen van een maatregel als bedoeld onder lid 1, onderdeel a, kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet nakomen van deze verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na een vorige gedraging waarvoor al een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 3.. De duur van de maatregel als bedoeld in lid 1 wordt verdubbeld, indien belanghebbende zich binnen 2 jaar na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. 4.. Bij volharding in een verwijtbare gedraging en voorts nadat twee eerdere maatregelen zijn opgelegd voor dezelfde gedraging, wordt tevens de hoogte van de maatregel verdubbeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel