Voor een TTO gelden de volgende verplichtingen bij de vergunning:
een TTO dient zich te houden aan zijn normen- en waardenprotocol, het klachtenprotocol, het sanctieprotocol en het controleprotocol;
de TTO dient een actueel overzicht bij te houden van alle aangeslotenen en op verzoek aan het College te overleggen;
de TTO dient zorg te dragen voor de beschikbaarheid van daklichten, die minimaal de volgende informatie bevat:
de naam van de TTO;
het Haagse taxi logo (ooievaar) en waarbij het logo minimaal 10 cm hoog moet zijn;
het Haagse taxinummer;
de naam van de TTO wordt voor de leesbaarheid aan de voorzijde van het daklicht geplaatst en het en het Haagse taxinummer op de achterzijde en is op een afstand van 20 meter duidelijk leesbaar;
het daklicht wordt met interne verlichting uitgerust. De verlichting brandt indien er geen reizigers worden vervoerd. De verlichting is uit indien er wel reizigers worden vervoerd;
het daklicht moet naar oordeel van het college wat betreft kleur en vormgeving en naamgeving TTO voldoende onderscheidend zijn ten opzichte van daklichten van reeds toegelaten TTO’s.
Paragraaf 4
Artikel 12
Algemene verplichtingen vergunninghouder
Onderdeel van Taxiverordening Den Haag 2014