Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel B022

Vaststelling vermogen bij wijziging leefvorm

Onderdeel van Richtlijnen Bijstand

Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 34 Wet werk en bijstand (WWB) B e s l u i t Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B022 Vaststelling vermogen bij wijziging leefvorm Artikel I Richtlijn B022 wordt als volgt ingevuld: De hoogte van de vermogensgrens is gelijk aan de actuele vermogensgrens die geldt voor de nieuwe leefvorm van de belanghebbende (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden). Stel het vermogen opnieuw vast (bezittingen minus schulden). Voorkom daarbij onbillijkheden en houd daarom in ieder geval rekening met het volgende: Het deel van het vermogen dat is ontstaan tijdens de bijstandsperiode door ontvangen rente en besparingen dient gelet op de vrijlatingsbepalingen buiten beschouwing te blijven. Bij alleenstaande ouders die alleenstaanden worden is onder omstandigheden het aanvaardbaar dat een deel van het vermogen wordt overgedragen aan de (niet meer ten laste komende) kinderen, die 18 jaar zijn geworden, waardoor het vermogen van de bijstandsgerechtigde alleenstaande lager wordt. Maak van deze mogelijkheid gebruik indien bij de oorspronkelijke vermogensvaststelling rekening is gehouden met vermogensbestanddelen van ten laste komende kinderen. De systematiek van de WWB schrijft dit immers voor als de kinderen tot het gezin behoren. Een redelijke wetstoepassing brengt echter met zich mee dat zodra de betreffende kinderen de leeftijd van 18 jaar bereiken bij de vermogensvaststelling van de ouder niet langer rekening wordt gehouden met de vermogensbestanddelen van die kinderen. Dit is slechts dan anders indien er voorafgaande aan de bijstandsverlening een vermogensoverheveling heeft plaatsgevonden van de ouder naar de kinderen met als kennelijk doel om het recht op bijstand (langer) te waarborgen. Voorbeeld: Mevrouw Peters vraagt op 1 augustus 2008 bijstand aan. Op die dag wordt haar zoon Kees 14 jaar. Mevrouw Peters heeft een spaarrekening met € 4.000,--. Het saldo van de spaarrekening van zoon Kees bedraagt € 2.500,-. Mevrouw Peters krijgt een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande ouder. Haar vermogen wordt vastgesteld op € 6.500,-- (de som van de saldi op de beide spaarrekeningen). Op 1 augustus 2012 wordt Kees 18 jaar. Mevrouw Peters wordt vanaf die datum aangemerkt als alleenstaande. De toepasselijke vermogensgrens wijzigt in de actuele vermogensgrens voor een alleenstaande: € 5.685,-- (bedrag geldt per 1 januari 2012). De banksaldi zijn nog steeds aanwezig dus de hoogte van vermogen blijft in beginsel gelijk, namelijk € 6.500,--. Gevolg is dat er sprake is van een vermogensoverschot dat mevrouw Peters zou moeten interen. Echter, het is redelijk om het vermogen van mevrouw Peters te verlagen met € 2.500,--. Dit bedrag komt immers toe aan zoon Kees, want het stond bij aanvang van de bijstandsverlening op zijn spaarrekening. Het vermogen van mevrouw Peters bedraagt daarom € 4.000,-- en blijft onder de (nieuwe) van toepassing zijnde vermogensgrens. Interen is nu niet nodig. De motivatie voor bovenstaande regels luidt als volgt: De wetgever heeft bewust geen regels vastgesteld inzake de vaststelling van het vermogen bij wijziging van de leefvorm. In de Memorie van Antwoord geeft de minister aan dat het college een billijke oplossing moeten vinden. Ook indien er geen sprake is van een wijziging van de leefvorm gelden de actuele vermogensgrenzen. Bij wijziging van de leefvorm vindt tevens aanpassing van de norm algemene bijstand plaats. De Centrale Raad van Beroep heeft in het kader van de oude ABW bepaald dat bij een voor de toepassing van de oude ABW relevante wijziging in de omstandigheden het vrij te laten vermogen (lees: vermogensgrens) opnieuw moet worden vastgesteld(CRvB 25-09-1998, JABW 1998, 160). Nu de vermogensbepalingen op dit punt niet fundamenteel gewijzigd zijn, is het aannemelijk dat deze jurisprudentie ook geldt voor de WWB. Het bij wijziging van de leefvorm opnieuw vaststellen van het beginvermogen zorgt voor duidelijke en eenvoudige regelgeving.

Rechtspraak bij dit artikel