Het college van burgemeester en wethouders,
Gelet op artikel 34, eerste lid, onder a, Wet werk en bijstand (WWB)
B e s l u i t
Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B019 Saldo lopende rekening bij vermogensvaststelling
Artikel I
Richtlijn B019 wordt als volgt ingevuld:
Ingevolge artikel 34 lid 1 WWB behoren alle geldswaarden tot het vermogen. In beginsel wordt dus ook het saldo van de lopende bank- of girorekening in zijn geheel tot het vermogen gerekend.
Aanleiding om hier van af te wijken kan bijvoorbeeld bestaan in gevallen waarin het onredelijk zou zijn het gehele saldo mee te nemen bij de vaststelling van het vermogen, omdat dat saldo mede is bepaald door het laatst ontvangen periodieke inkomen waarvan de gebruikelijke lasten nog moeten worden voldaan.
In die gevallen kan bij het vermogen van de belanghebbende buiten beschouwing blijven, tot maximaal de voor hem geldende algemene bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag, het positieve saldo van de rekening waarop het periodieke inkomen wordt ontvangen en waarvan het normale levensonderhoud wordt voldaan.
Artikel II
De gewijzigde richtlijn treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking daarvan in het Gemeenteblad en werkt terug tot en met 1 juli 2012.
Met ingang van deze datum wordt de eerder op 21 juni 2011 vastgestelde richtlijn ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 6 november 2012,
De secretaris, De Voorzitter,
(mr. G.J.C. Kusters) (H.J. Mak)
Bekend gemaakt op:
8 november 2012
Hoofdstuk 4
Artikel B019
Saldo lopende rekening bij vermogensvaststelling
Onderdeel van Richtlijnen Bijstand