Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.1.3.

Uitgangspunten bij toepassing buiten de bebouwde kom

Onderdeel van Beleidsregel kleine afwijkingen van bestemmingsplannen 2013

Bijbehorend bouwwerk Het bijbehorende bouwwerk moet minimaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet minimaal 2 meter bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag maximaal 150 m² bedragen, dit is inclusief het oppervlak dat al in het bestemmingsplan is toegestaan; het achtererfgebied, of het gebied waar op grond van het bestemmingsplan bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mogen worden, mag voor niet meer dan 50% worden bebouwd; per bouwperceel mogen niet meer dan 3 vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden gebouwd; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen; de nok/bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter; bijbehorend bouwwerken mogen plat worden afgedekt, gelijk aan de maximale goothoogte.

Rechtspraak bij dit artikel