Bijbehorend bouwwerk
Het bijbehorende bouwwerk moet minimaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet minimaal 2 meter bedragen;
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag afhankelijk van de totale perceelsgrootte niet meer bedragen dan hieronder staat aangegeven:
Totale oppervlakte perceel: Maximaal gezamenlijke oppervlakte:
Tot 300 m² 60 m²
Van 300 m² tot 500 m² 70 m²
Van 500 m² tot 750 m² 80 m²
Van 750 m² tot 1000 m² 90 m²
Van 1000 m² en meer 100 m²:
het achtererfgebied, of het gebied waar op grond van het bestemmingsplan bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mogen worden, mag voor niet meer dan 50% worden bebouwd;
per bouwperceel mogen niet meer dan 3 vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden gebouwd;
de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen;
de nok/bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom mag niet meer bedragen dan 5,5 meter;
de nok/bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken buiten de bebouwde kom mag niet meer bedragen dan 5 meter;
bijbehorend bouwwerken mogen plat worden afgedekt, gelijk aan de maximale goothoogte;
in afwijking van het voorgaande mag de voorgevelrooilijn worden overschreden met een erker, balkon of luifel, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
de overschrijding mag niet meer bedragen dan 1,5 meter;
de afstand tot de openbare weg mag niet minder bedragen dan 2 meter;
de totale hoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter;
de breedte mag niet meer bedragen dan 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw.
bij hoekwoningen geldt dat situering van het bijbehorend bouwwerk vóór de voorgevelrooilijn (zijgevelrooilijn) van de eigen woning of van de om de hoek gelegen hoofdgebouwen is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende vooraarden:
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 meter is;
het bijbehorende bouwwerk moet minimaal 5 meter achter de eigen voorgevel worden gebouwd;
het bouwwerk moet voorzien zijn van een platdak met een maximale hoogte van 3,0 meter;
het bijbehorende bouwwerk dient uit stedenbouwkundig oogpunt te passen in de directe omgeving;
de verkeersveiligheid mag niet worden aangetast;
Als niet voldaan wordt of kan worden aan bovenstaande punten zal per geval bekeken worden of medewerking verleend kan worden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.1.4.
Uitgangspunten bij toepassing bij Ruimte voor Ruimte en BIO-woningen
Onderdeel van Beleidsregel kleine afwijkingen van bestemmingsplannen 2013