Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Toetsing afwijkingen

Onderdeel van Richtlijn begrotingsrechtmatigheid 2013

Hier worden de onderscheiden afwijkingen verder benoemd. Aangegeven wordt de wijze waarop deze aan de raad kunnen worden voorgelegd. De limietbedragen worden jaarlijks in een door de raad vastgestelde “Controleprotocol” vastgelegd     1. Beleidswijzigingen en investeringen Beleidswijzigingen worden in principe altijd  voorafgaand aan de effectuering voorgelegd aan de gemeenteraad. Eventuele begrotingswijzigingen die het gevolg zijn van de beleidswijziging worden tegelijkertijd met de behandeling van de beleidswijziging vastgesteld door de raad. In de loop van het jaar wordt uiterst terughoudend omgegaan met beleidsvoorstellen met structurele budgettaire consequenties. Investeringen die in de begroting zijn opgenomen, worden bij de vaststelling van de begroting beschikbaar gesteld. Het college mag deze na vaststelling uitvoeren. Het overschrijden van kredieten dient vooraf door de raad te worden geautoriseerd. Om stagnatie in de uitvoering van het bestaande beleid door nieuwe resp. afwijking van geautoriseerde kredieten te voorkomen, wordt een grens in het budgetkader voor het college voorgesteld voor het rechtmatig achteraf informeren van de raad. 2. Nominale ontwikkelingen (onvermijdbaar, onuitstelbaar en onvoorzienbaar) Ook onontkoombare begrotingsafwijkingen moeten aan de raad worden gemeld. Op de overschrijding heeft het college geen directe invloed. Het gaat hierbij uitdrukkelijk niet om effecten van beleidswijzigingen. In de begroting wordt op onderscheiden begrotingsposten uitgegaan van het prijsniveau van het voorafgaande jaar plus een geschatte compensatie voor loon- en prijsstijgingen. Bij aantoonbare hogere prijsstijgingen kan tussentijds een budgetaanpassing noodzakelijk zijn. Er zijn ook andere externe oorzaken zoals openeinderegelingen en deelname aan gemeenschappelijke regelingen (=verplichte uitgaaf). Het gaat om onontkoombare meer- of minder kosten voor de uitvoering van de afgesproken taak. De effecten van deze nominale ontwikkelingen op de budgetten moeten via de tussentijdse rapportage(s) worden voorgelegd aan de raad. Een grensbedrag van € 50.000 vormt de rapportagetolerantie (zie artikel 6). Het oordeel of een overschrijding in dit kader rechtmatig is, hangt af van de uitkomst van de toets of eerdere rapportage mogelijk en noodzakelijk is geweest. 3. Afwijkende inkomsten / niet geraamde middelen In de tussentijdse rapportages wordt gemeld of de geraamde inkomsten volgens planning worden gerealiseerd en/of de budgetten bijstelling vereisen. Dit laatste gebeurt indien aangetoond kan worden dat het overschrijden van de ramingen (nadeel)  buiten de eigen invloedsfeer ligt. Deze afwijkingen worden gerapporteerd in de tussentijdse rapportages of programma rekening (huidige lijn). Uiteraard zal - indien een tegenvaller in de inkomstensfeer zich aandient - gekeken worden of uitgaven voor datzelfde product of in dat programma kunnen worden bijgesteld door het nemen van maatregelen . Regelmatig ontvangt de gemeente niet geraamde subsidies waar een bepaald doel aan verbonden is. Het geld mag dus veelal alleen voor dat bepaalde doel gebruikt worden. Op het moment dat het college dit geld uitgeeft, gebeurt dat formeel zonder toestemming van de raad. De beleidslijn is de raad achteraf te informeren. Het oordeel of de uitgaven in dit kader rechtmatig zijn, hangt vervolgens af van de uitkomst van de toets of eerdere rapportage mogelijk is geweest. 4. Administratieve correcties Bij het opstellen van de begroting kunnen fouten zijn gemaakt, waardoor ramingen moeten worden aangepast. Dit vraagt een duidelijke motivatie om de correctie rechtmatig te maken. Het college informeert de raad altijd zo snel mogelijk bij correcties met grote effecten. Leidt de correctie tot eventuele beleidswijzingen, dan wordt de raad vooraf geïnformeerd, anders wordt volgens de huidige lijn de raad geïnformeerd via de tussentijdse rapportages. 5. Mutaties reserves De reserves zijn het wettelijke domein van de raad. Uitgangspunt is dat de raad vooraf wordt geïnformeerd via de begroting, de bestuurlijke of tussentijdse rapportages of een apart raadsvoorstel, als van het vastgestelde kader wordt afgeweken. In de begroting wordt rekening gehouden met de planmatige inzet van reserves, veelal bestemmingsreserves, voor het realiseren van beleidvoornemens. Tot de geautoriseerde omvang en voor het aangewezen doel mag het college de inzet rechtmatig doen. Echter in de loop van een begrotingsjaar kan het nodig zijn om de reserves meer of anders in te zetten dan eerder was begroot vanwege het: - realiseren van nieuwe beleidsvoornemens/taken die nog niet zijn begroot; - overschrijden van geautoriseerde ramingen in de begroting voor de uitvoering van een taak/activiteit. De grens voor het college om de raad vooraf of achteraf te informeren wordt vastgelegd in het budgetkader. Aanvullende criteria voor het achteraf informeren zijn: - mits passend in het doel; - tot de maximale reikwijdte van de bestemmingsreserve (niet overschrijden); - aanspraken die onvermijdbaar, onuitstelbaar en onvoorzienbaar zijn. Niet begrote mutaties in de reserves met uitzondering van de bestemmingsreserves zijn in beginsel onrechtmatig. 6. Begrotingswijzigingen op basis van beheersbeslissingen Bij de begrotingsuitvoering doen zich allerlei beheersmatige afwijkingen van de begrotingsramingen voor. Verandert de taakstelling, dan is er sprake van een beleidswijziging. De raad wordt vooraf geïnformeerd. Verandert de taakstelling niet en de aanpassing gebeurt budgetneutraal, dan wordt de raad geïnformeerd via de tussentijdse rapportages of programmarekening. 7. Gevolgen bedrijfsvoering/interne organisatie Als gevolg van wijzigingen in de gemeentelijke bedrijfsvoering, interne organisatie, kunnen financiële afwijkingen optreden. Eventuele beleidswijzigingen worden vooraf aan de raad voorgelegd. De effecten op de budgetten van de gevolgen van de bedrijfsvoering worden via de tussentijdse rapportages voorgelegd aan de raad. 8. Onvoorzien De algemene financiële beleidslijn is dat in alle gevallen waar geen sprake is van onvoorzienbare, onuitstelbare en onvermijdbare en incidentele budgetverhogingen, bij voorstellen c.q. bestuursbesluiten tot budgetverhoging gelijktijdig de financiële dekking wordt aangegeven (begrotingsevenwicht). Het college is voor een adequate begrotingsuitvoering door de raad gemachtigd over de post “onvoorzien” te beschikken indien: - het gaat om incidentele dekking; - overschrijding van geautoriseerde lasten of lagere baten; - onvoorzienbare, onvermijdbare of onuitstelbare lasten. In de tussentijdse rapportages legt het college hierover verantwoording af aan de raad. 9. Ad hoc beslissingen bij privaatrechtelijk handelen In het politieke proces dient ruimte te zijn voor ad hoc beslissingen, waarbij verantwoording achteraf plaatsvindt. De raad kan de rechtmatigheid van deze besluiten achteraf accorderen. Bij het verrichten van privaatrechtelijke handelingen, zoals aan- of verkoop van onroerend goed, is volgens art. 160 lid lid 1 letter e van de Gemeentewet het college bevoegd te besluiten. Echter op grond van artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet legt het college dit voorgenomen besluit, indien dit ingrijpende gevolgen heeft, aan de raad voor met de mogelijkheid om binnen een afgesproken termijn, te reageren. Zie hiervoor de “Richtlijn actieve informatieplicht”

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel