**1..** De duur van een maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie dan wel er sprake is van een benadelingsbedrag wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 10 van deze verordening dan wel zich schuldig maakt aan een zeer ernstige misdraging als bedoeld in artikel 12 van deze verordening. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om: a. van het opleggen van een maatregel af te zien op grond van dringende redenen;. b. een waarschuwing te geven wegens het niet nakomen van de verplichting zoals bedoeld in
artikel 7, eerste lid en 8, eerste lid van deze verordening.
**2..** Indien een belanghebbende zich, na een besluit als bedoeld in het eerste lid, wederom schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie dan wel met eenzelfde of een hoger benadelingsbedrag én die plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden na het laatste maatregel-recidivebesluit, kan het college al individualiserend de hoogte en de duur van de op te leggen maatregel vaststellen.
**3..** Indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan meer dan één verwijtbare gedraging zoals genoemd in artikel 2 eerste lid van deze verordening en de gedragingen binnen een korte periode van maximaal twee maanden plaatsvinden, kan het college al individualiserend de hoogte en de duur van de op te leggen maatregel vaststellen met als maximum de som van de maatregelen die voor elke afzonderlijke gedraging kan worden opgelegd.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Recidive, samenloop en geïndividualiseerde maatregeloplegging
Onderdeel van Afstemmings- en robuuste incassoverordening WWB, IOAW IOAZ