Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1:

Artikel 7.

Indeling in categorieën

Onderdeel van Afstemmings- en robuuste incassoverordening WWB, IOAW IOAZ

Gedragingen van belanghebbenden waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden en er derhalve sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, en gedragingen waardoor een verplichting op grond van artikel 9 van de WWB of 9a van de WWB niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1.. Eerste categorie: Het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV-werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; 2.. Tweede categorie: het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen in verband met de inschakeling in de arbeid; het niet voldoen aan nadere verplichtingen die aan de bijstand verbonden kunnen worden door het college, als bedoeld in artikel 55 en artikel 57 sub a WWB. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing, opleiding of sociale activering; het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden in de periode voorafgaande aan de aanvraag tot bijstandsverlening dan wel na de datum van aanvraag; het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 eerste lid sub b en artikel 10 eerste lid WWB, waaronder begrepen sociale activering, als dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject. gedragingen die overigens de inschakeling in de arbeid belemmeren; het niet naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijke nuttige activiteiten zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid sub c van de WWB. het in onvoldoende mate, of niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de WWB, indien van toepassing; intrekking van de ontheffing van de sollicitatieplicht bij een alleenstaande ouder aan wie toepassing van artikel 9a, eerste lid WWB is gegeven en waarbij uit houding en gedrag ondubbelzinnig blijkt dat de opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, sub b WWB, niet worden nagekomen. de alleenstaande ouder die uit houding en gedrag ondubbelzinnig laat blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 eerste lid sub b, van de WWB niet te willen nakomen, als gevolg waarvan de op grond van artikel 9a, eerste lid, van de WWB verleende ontheffing van de arbeidsplicht is ingetrokken; het niet naar vermogen trachten om gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de WWB, de mogelijkheden te onderzoeken naar uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar; het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de WWB. 3.. Derde categorie: het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 eerste lid sub b en artikel 10 eerste lid WWB, waaronder begrepen sociale activering, als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject; het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel