Gedragingen van belanghebbenden in het kader van de re-integratie, waardoor een verplichting op grond van hoofdstuk III van de IOAW of IOAZ niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
**1..** Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV-werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
**2..** Tweede categorie:
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen in verband met de inschakeling in de arbeid;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing, opleiding of sociale activering;
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden in de periode voorafgaande aan de aanvraag tot bijstandsverlening dan wel na de datum van aanvraag;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 37, eerste lid, sub e IOAW/IOAZ , waaronder begrepen sociale activering, als dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject.
gedragingen die overigens de inschakeling in de arbeid belemmeren;
het niet naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijke nuttige activiteiten zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid sub f van de IOAW/IOAZ;.
de alleenstaande ouder die uit houding en gedrag ondubbelzinnig laat blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, sub e IOAW/IOAZ niet te willen nakomen, als gevolg waarvan de op grond van artikel 38, eerste lid, van de IOAW/ IOAZ verleende ontheffing van de arbeidsplicht is ingetrokken;
**3..** Derde categorie:
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 37, eerste lid , sub e van de IOAW/IOAZ waaronder begrepen sociale activering, als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject;
beëindiging van een dienstbetrekking waaraan een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zaken een verwijt kan worden gemaakt;
beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden; dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd;
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2:
Artikel 8.
Indeling in categorieën
Onderdeel van Afstemmings- en robuuste incassoverordening WWB, IOAW IOAZ