Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening gemeente Dinkelland 2013

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: a. algemeen geaccepteerde arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de wet en artikel 37, eerste lid van de IOAW en IOAZ, alsmede arbeid in Wsw-verband op verzoek van de belanghebbende; b. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit op grond van deze verordening is betrokken; c. beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; d. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland. e. IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; f. IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; g. langdurigheidstoeslag: de toeslag op grond van de gemeentelijke verordening langdurigheidstoeslag; h. maatregel: a.het verlagen van de bijstandsnorm of de langdurigheidstoeslag op grond van artikel 18, tweede lid van de wet; b. het verlagen van de grondslag op grond van artikel 20, tweede lid van de IOAW en IOAZ; of c. het weigeren van de grondslag op grond van artikel 20, eerste lid van de IOAW en IOAZ; i. plan van aanpak: een met de belanghebbende, overeenkomstig artikel 44a van de wet, overeengekomen plan, dan wel een door het college aan de belanghebbende opgelegd, geheel van activiteiten c.q. vorm(en) van ondersteuning, gericht op het verkrijgen, aanvaarden en/of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij, indien noodzakelijk, tevens voorzieningen worden ingezet; j. raad: de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland; k. recidive: herhaalde overtreding van de inlichtingenplicht binnen vijf jaar na bekendmaking van het besluit waarbij reeds een maatregel of boete is opgelegd; l. recidiveboete: de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid van de wet en artikel 20a, vijfde lid van de IOAW en IOAZ; m. termijn van orde: periode waarin aan de belanghebbende de mogelijkheid wordt geboden om alsnog te voldoen aan de inlichtingenverplichting(en) en/ of aan overige relevante verplichtingen in het kader van de uitvoering van de wet, de IOAW dan wel de IOAZ; o. uitkering: de periodieke, maandelijkse verstrekkingen op grond van de wet, de IOAW of de IOAZ, ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan; p. uitkeringsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c van de wet, dan wel de grondslag als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ; q. verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60 van de wet en artikel 28 van de IOAW en IOAZ; r. voorziening: a.een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a van de wet en artikel 34, eerste lid, onder a van de IOAW en IOAZ; b.een instrument dat of een ondersteuning die binnen een plan van aanpak wordt ingezet om belemmeringen bij het verkrijgen, aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid weg te nemen; s. wet: de Wet werk en bijstand; 2.. De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de wet, de IOAW, de IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel