De verantwoording van een Pgb vindt plaats conform het heronderzoeksplan. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen het Pgb voor hulp bij het huishouden, woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen.
Hulp bij het huishouden: Bij de verantwoording wordt rekening gehouden met een vrij besteedbaar deel. Dit vrij besteedbare deel bedraagt € 100,00. Bij de verantwoording worden tenminste de volgende gegevens gevraagd:
een schriftelijke overeenkomst met de hulpverlener;
een overzicht van de verstrekte vergoedingen aan de hulpverlener en
een betalingsbewijs in de vorm van of bankafschriften of kwitanties.
Deze gegevens dient de ondersteuningsaanvrager voor een eventuele controle minimaal 2 jaar te bewaren.
Vervoersvoorzieningen en rolstoelen: verantwoording vindt plaats door op verzoek van de gemeente een bewijs van de aanschaf of huur van de voorziening te overleggen. De gemeente kan controleren of de voorziening ook daadwerkelijk is aangeschaft of wordt gehuurd en op de juiste wijze wordt aangewend.
Woonvoorzieningen: verantwoording van een eenmalige Pgb vindt plaats door op verzoek van de gemeente een bewijs van aankoop te overleggen. De gemeente kan controleren of de voorziening ook daadwerkelijk is aangeschaft of dat de aanpassingen zijn aangebracht.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Verantwoording Pgb
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Nuenen c.a. 2014