1.De leden van de raad zijn gedurende hun raadslidmaatschap lid van
de
raadscommissies.
2.Elke fractie, die bij aanvang van de zitting van de raad is gevormd op
grond van artikel 9, eerste lid van het reglement van orde voor de
vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, kan de raad
voorstellen ten hoogste twee personen, die geen lid van de raad zijn, te
benoemen tot lid van de raadscommissies. De artikelen 10, 11, 12, 13 en
15 van de Gemeentewet zijn op deze personen van overeenkomstige
toepassing.
3.De overeenkomstig het tweede lid tot lid van de raadscommissies
benoemde personen kunnen door de raad, op voordracht van de fractie die
hun benoeming heeft voorgesteld, worden ontslagen. Zij treden af op het
ogenblik van het aftreden van de raad.
4.Van elke fractie mogen per onderwerp niet meer dan twee leden
tegelijkertijd aan de vergadertafel plaats nemen, waarvan er maar één
bij dat onderwerp het woord mag voeren.