1.De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
midden
benoemd.
2.De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.
3.De voorzitter is belast met:
a.het leiden van de vergadering;
b.het handhaven van de orde;
c.het doen naleven van deze verordening;
d.hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
4.De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag
nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag
gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als
hun opvolger is benoemd.
5.De raad kan de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter
ontslaan.