Naar hoofdinhoud
3.1. Iedere RIEC wordt bestuurd door een Regionale Stuurgroep RIEC, die bestuurlijk verantwoordelijk is voor het betreffende samenwerkingsverband RIEC. 3.2. De regionale Stuurgroep RIEC bestaat uit de convenantpartners, waarbij de Korpsbeheerder (regioburgemeester) de rol vervult van voorzitter, tenzij anders wordt besloten. Op basis van onderlinge consensus kunnen zij zich laten vertegenwoordigen. 3.3. De leden van de Regionale Stuurgroep RIEC zorgen voor voldoende mandaat om bindende afspraken te kunnen maken voor de partij die zij in de stuurgroep vertegenwoordigen en geven op hoofdlijnen sturing aan de regionale samenwerking. De regionale Stuurgroep RIEC lost geschilpunten op het betrekking tot de samenwerking en de informatiewerking. 3.4. De Regionale Stuurgroep RIEC stelt jaarlijks het beleidsplan en de verantwoording vast en bepaalt op grond van de in het beleidskader genoemde taken (Kamerstukken, II, 29 2911, nr. 54) de wijze waarop aan de cofinanciering invulling wordt gegeven en rapporteert voor wat betreft de in artikel twee genoemde taken en de daaraan verbonden cofinanciering aan de minister van Veiligheid en Justitie. 3.5. De Regionale Stuurgroep RIEC bepaalt welke andere verschijningsvormen van georganiseerde criminaliteit en welke handhavingsknelpunten in de eigen regio onder de werking van het Convenant dienen te vallen. 3.6. De Regionale Stuurgroep RIEC ziet er op toe dat de bij partijen aanwezige informatie ten behoeve van een bestuurlijke en geïntegreerde aanpak van de georganiseerde criminaliteit wordt ontsloten en draagt zorg voor de coördinatie van de mogelijke interventies van de convenantpartners in de regio. 3.7. De Regionale Stuurgroep RIEC draagt zorg voor het instellen en in stand houden van een bureau dat ook de naam RIEC draagt. Dit bureau ondersteunt het samenwerkingsverband RIEC en daartoe wordt ten minste één fysieke plek ingericht voor het RIEC. Alle convenantpartners brengen financiële danwel kwalitatief en kwantitatief adequate middelen in. 3.8. Het hoofd RIEC draagt zorg voor de dagelijkse leiding van het RIEC en de coördinatie van de eigen regionale samenwerking, alsmede voor de informatie-uitwisseling binnen het samenwerkingsverband. De informatie-uitwisseling wordt nader uitgewerkt in artikel 5 e in het bij het Convenant behorende Privacyprotocol. 3.9. Het RIEC rapporteert en adviseert periodiek –voor wat betreft de in artikel 3.4 genoemde beleidsplan volgens een door de minister van Veiligheid en Justitie vastgesteld format- aan de Regionale Stuurgroep RIEC en eventueel het Regionale College(s) (het regionale bestuurlijke overleg in het kader van de Nationale Politie). 3.10. Het RIEC rapporteert jaarlijks aan de eigen Regionale Stuurgroep RIEC en het (de) eigen Regionaal College(s) over de wijze waarop de ondersteuning aan de gemeenten zoals beschreven in het beleidskader heeft plaatsgevonden. De Regionale Stuurgroepen RIEC initiëren en beslissen over het gevraagd en ongevraagd adviseren door de RIEC’s over criminogene effecten van (voorgenomen) besluiten van convenantpartners.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel