Naar hoofdinhoud
4.1. De RIEC’s worden om redenen van efficiency bij hun taakuitvoering ondersteund door het LIEC waar dit taken betreft die alle RIEC’s raken doch die te duur of te specialistisch zijn om bij elke RIEC te beleggen of die het geografisch gebied van meerdere RIEC’s betreffen, zoals aangegeven in het Beleidskader RIEC’s en LIEC, dat onderdeel uitmaakt van de brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 25 augustus 2011 (Kamerstukken, II, 29 911, nr. 54). 4.2. De ondersteuning door het LIEC van de RIEC’s betreft: Versterking van de uniformiteit door in samenwerking met de RIEC’s te zorgen voor landelijke standaarden ten behoeve van uniformiteit van hoofdwerkprocessen en informatiedeling; Uitvoering van beleidsmatige, regio-overstijgende en landelijke taken in de bestuurlijke en geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit; Specialistische ondersteuning aan de RIEC’s bijv. ten aanzien van de privacywetgeving; Functioneren als landelijk loket voor bestuurlijke dossiers over criminele fenomenen en opstellen van een landelijk bestuurlijk criminaliteitsbeeld; Functioneren landelijk kenniscentrum voor de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit; Functioneren als landelijkloket c.q. uitvoering van internationale taken en het Stockholmprogramma voor Nederland; Het systeembeheer en technisch beheer van het systeem RIEC-IS en het RIEC-filesharesysteem 4.3. Het LIEC wordt bestuurd door een Stuurgroep LIEC, die bestuurlijk verantwoordelijk is voor het samenwerkingsverband LIEC. 4.4. Het Hoofd LIEC adviseert de minister van Veiligheid en Justitie. 4.5. Het Hoofd LIEC draagt zorg voor de dagelijkse leiding van het LIEC.

Rechtspraak bij dit artikel