Naar hoofdinhoud
De Koper en zijn rechtsopvolger(s) moeten gedogen, dat op, in, aan of boven de Onroerende zaak (grond en/of opstallen) zoveel en zodanig palen, kabels, leidingen, draden en andere voorwerpen worden aangebracht, onderhouden en vervangen als de Gemeente, met het oog op algemene voorzieningen en/of doeleinden wenselijk acht, zonder dat de Gemeente gehouden is tot het betalen van enige vergoeding ter zake. Alvorens te beslissen omtrent de plaats waar en de wijze waarop die voorwerpen worden aangebracht, alsmede omtrent de vergoeding van eventueel in verband daarmee veroorzaakte schade, heeft vanwege de Gemeente overleg plaats met de Koper of zijn rechtverkrijgende(n). De Koper en zijn rechtsopvolger(s) zijn verplicht al hetgeen krachtens lid 1 van dit artikel is aangebracht te laten bestaan, en zich te onthouden van al datgene waardoor de uitoefening van dit recht zal kunnen worden geschaad of belemmerd of de bereikbaarheid en de bedrijfsveiligheid van die voorzieningen in gevaar kan komen.

Rechtspraak bij dit artikel