**1..** Algemene voorwaarden short-stay
Voor het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten in de vorm van short-stay gelden de volgende minimale eisen:
voor sanitaire voorzieningen: 1 douche/bad en 1 wc per 8 personen;
voor de oppervlakte: 10 m2 omsloten leefruimte per bewoner;
voor de kookgelegenheid: 1(mini)keuken met minimaal 4 pitten per 8 personen.
**2..** huisvestingsvormen in de vorm van short-stay moeten voldoen aan de landelijk overeengekomen “uniforme huisvestingsnorm”.
Om de kwaliteit van de huisvestingsvormen te waarborgen dienen alle huisvestingsvormen minimaal te voldoen aan de landelijk overeengekomen “uniforme huisvestingsnorm” zoals deze als bijlage 3 bij deze beleidsregels is gevoegd en voor zover van toepassing aan overige regelgeving. Zoals vermeld in deze uniforme huisvestingsnorm is er in de meeste gevallen ook een omgevingsvergunning vereist. Uitgangspunt is dat huisvestingsvormen, die aan het hiervoor genoemde niet voldoen, in onvoldoende mate de belangen van een adequate huisvesting waarborgen. Voor huisvestingslocaties die niet voldoen aan deze eisen en overige regelgeving, zal door het college per huisvestingslocatie, rekening houdende met de plaatselijke omstandigheden, een nader te bepalen overgangsperiode worden overeengekomen. (maatwerk) Na afloop van deze overgangsperiode moet de huisvestingsvorm ofwel voldoen aan voornoemde uniforme huisvestingsnorm en voor zover van toepassing aan overige regelgeving ofwel worden beëindigd en ontmanteld. Daar waar in een overgangsperiode nog sprake is van huisvestingsvormen die niet voldoen, en voorschriften ten aanzien van brandveiligheid ontbreken, worden minimaal de hierna genoemde aanvullende voorwaarden in het kader van brandveiligheid verplicht gesteld:
rookmelder volgens NEN 2555 aangesloten op het lichtnet
aanwezigheid van een handbrandblusser met minimaal 6kg blusstof, goed bereikbaar, herkenbaar en binnen 15 meter van de huisvestingsvorm.
voldoende verlichting van het buitenterrein.
ten opzichte van andere bebouwing en/of huisvestingsvorm moet een minimale onderlinge brandwerendheid aanwezig zijn van 30 minuten (WBDBO 30) of een minimale afstand van 5 meter. Nadrukkelijk wordt opgemerkt, dat als onderdeel van de uniforme huisvestingsnorm een toets plaatsvindt of een gebruiksmelding of omgevingsvergunning noodzakelijk is voor de huisvestingsvorm. In het bevestigende geval zal worden gewezen op de wettelijke verplichting in deze, mocht een dergelijke melding of vergunning nog niet zijn geregeld door de huisvester.
**3..** Huisvestingsvormen die niet voldoen aan de “uniforme huisvestingsnorm” worden niet meer toegestaan
Huisvestingsvormen die niet voldoen aan de uniforme huisvestingsnorm, zoals omschreven in bijlage 3 en behorende bij deze beleidsregels en eventuele overige van toepassing zijnde regelgeving, worden geacht geen garantie te bieden voor een goed woon- en leefklimaat. Reden waarom huisvesting in huisvestingsvormen die niet voldoen aan de uniforme huisvestingsnorm en eventuele overige van toepassing zijnde regelgeving niet meer worden toegestaan. Zoals hiervoor omschreven onder lid 2 zal bij het niet voldoen aan deze huisvestingsvormen een overgangsregeling worden getroffen. Na afloop van deze overgangsregeling moet ofwel alsnog worden voldaan aan de uniforme huisvestingsnorm en eventuele overige van toepassing zijnde regelgeving, ofwel de huisvesting worden beëindigd en ontmanteld.
**4..** Huisvesting alleen voor legale werknemers die hier tijdelijk verblijven
De te realiseren huisvesting is alleen bestemd voor tijdelijke arbeidskrachten, die hier op grond van een EU-paspoort of een tewerkstellingvergunning legaal werkzaam zijn. Onder tijdelijke arbeidskrachten worden tevens verstaan personen die niet in Peel en Maas wonen maar elders binnen Nederland hun hoofdverblijf hebben.
**5..** Werkzaam in de regio
De capaciteit van huisvestingsvoorzieningen wordt afgestemd op de in de regio Noord-Limburg werkzame werknemers. Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten wordt gezien als een regionale taak. Tijdelijke arbeidskrachten hoeven dan ook niet uitsluitend in Peel en Maas werkzaam te zijn.
**6..** Adequaat toezicht en beheer
Uitgangspunt bij elke huisvestingvorm is dat het beheer en het toezicht op een goede manier geregeld moeten zijn en wel zodanig dat het maatschappelijk draagvlak in de buurt wordt bevorderd. De ondernemer die tijdelijke arbeidskrachten wenst te huisvesten zal inzichtelijk dienen te maken hoe hij of zij de huisvestingsgelegenheid adequaat denkt te kunnen beheren. Het gaat hier dan met name om het toezicht en de controle op de huisvestingsgelegenheid en het gebruik ervan. Het gemeentebestuur dient in te stemmen met de wijze waarop het beheer geregeld wordt. Op deze manier kan maatwerk per locatie geregeld worden. In de algemene plaatselijke verordening (verder APV) is de juridische basis gelegd voor het afgeven van een exploitatievergunning voor de hierna nader omschreven huisvestingsvormen. In deze exploitatievergunning, af te geven door het college, zal het beheer en toezicht worden geregeld.
Daar waar het een mid-stay huisvesting betreft, sprake is van een naar het oordeel van het college redelijke mix van woonurgente groepen en de bewoners zijn ingeschreven in de GBA is sprake van regulier wonen en is geen sprake meer van het bedrijfsmatig huisvesting bieden aan tijdelijke arbeidskrachten zoals omschreven in de APV. In dat geval is dus geen exploitatievergunning vereist.
**7..** Tijdelijke huisvestingsmogelijkheden in de vorm van woonunits bij agrarische ondernemingen alleen voor bedrijven met seizoensarbeid
Tijdelijke huisvesting middels woonunits is niet bedoeld voor agrarische ondernemingen waar structurele behoefte is aan de inzet van tijdelijke arbeidskrachten. Het plaatsen van woonunits is uitsluitend bedoeld voor agrarische ondernemingen, waar sprake is van seizoensarbeid. Regulier zijn woonunits toegestaan voor de huisvesting van maximaal 20 personen, mits er aangetoond kan worden dat er geen andere geschikte huisvesting mogelijk is in bestaande bebouwing of elders. Voor de (opvang van) huisvesting tijdens de piekmomenten wordt daar bovenop, na melding bij de gemeente en een tijdelijke omgevingsvergunning of een andere planologische regeling, het bijplaatsen van tijdelijke woonunits voor maximaal 20 personen toegestaan gedurende maximaal 3 maanden per jaar.
Ter voorkoming van het bijplaatsen van tijdelijke woonunits tijdens de piekmomenten is het ook toegestaan om de bestaande bebouwing voor de huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten qua oppervlakte en voorzieningen zodanig vorm te geven dat het tijdelijk huisvesten van meer tijdelijke arbeidskrachten tijdens de piekmomenten voldoet aan de gestelde beleidsregels. Ondernemers die langer dan 6 maanden in het jaar vertrouwen op de inzet van (wisselende groepen) tijdelijke arbeidskrachten dienen structurele huisvesting voor hun werknemers te regelen.
**8..** Meervoudig gebruik huisvestingslocaties
Uitgangspunt is dat bij het agrarisch bedrijf uitsluitend werknemers mogen worden gehuisvest die bij het eigen bedrijf werkzaam zijn, met een maximum aantal van 20 personen. In perioden gedurende het jaar waarin de structurele huisvestingslocatie niet nodig is voor eigen personeel mag ook personeel van andere agrariërs in deze structurele huisvestingslocatie worden gehuisvest, mits dit geen belemmering oplevert voor omliggende bedrijven. Het aantal te huisvesten personen van collega-agrariërs mag nooit meer zijn dan het aantal bij het bedrijf behorende gehuisveste tijdelijke arbeidskrachten dat nodig is voor eigen bedrijfsvoering. Door deze maatregel worden bestaande huisvestingslocaties optimaal benut. Daarmee wordt zo veel als mogelijk voorkomen dat elders in het buitengebied nieuwe huisvestingslocaties geregeld moeten worden. (voorkomen van verstening van het buitengebied).
**9..** Maximum aantal te huisvesten personen
Huisvestingslocaties bij het agrarisch bedrijf zijn gemaximeerd op 20 personen. Daar bovenop is het tijdens de piekmomenten gedurende maximaal 3 maanden per jaar toegestaan 20 personen te huisvesten in woonunits. Voor de overige huisvestingsmogelijkheden geldt een maximum van 40 personen indien de huisvesting uitsluitend betrekking heeft op tijdelijke arbeidskrachten. Dit maximum geldt niet voor campings. Het maximum aantal voor campings wordt geregeld bij de herziening van het bestemmingsplan met als uitgangspunt de huidige bestaande situatie. Per situatie zal door het college een afweging worden gemaakt van het aantal dat passend is voor de omgeving. Bestaande huisvestingslocaties die eerder van de gemeente schriftelijk toestemming hebben gekregen voor de huisvesting van meer personen dan hiervoor genoemd behouden deze rechten. De bewijslast ligt bij de huisvester.
**10..** Wooncarrièreladder
Bij short-stay huisvesting van minder dan 100 personen worden geen nadere eisen gesteld met betrekking tot het nemen van een belang met betrekking tot de wooncarrièreladder.
Bij huisvesting van 100 personen of meer moet de huisvester voor 10% van het aantal gehuisveste personen een belang nemen in een mid-stay accommodatie of reguliere woning(en). Onder het nemen van belang wordt minimaal verstaan dat de huisvester zorgt voor een permanente doorstroommogelijkheid vanuit de short-stay naar een mid-stay
accommodatie en deze mogelijkheden ook contractueel borgt.
Artikel 2.2
Algemene beleidsuitgangspunten voor short-stay
Onderdeel van Beleidsregels huisvesting (tijdelijke) arbeidskrachten Peel en Maas, versie februari 2014