De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde:
de medewerker met een vast dienstverband wordt eerst herplaatst op basis van de volgende uitgangspunten:
de medewerker blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen;
de medewerker wordt overgeplaatst naar een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie;
de medewerker wordt overgeplaatst naar een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie;
de medewerker wordt, indien niet plaatsbaar als bedoeld onder 1, 2 en 3, al dan niet bovenformatief tijdelijk tewerkgesteld binnen de gemeentelijke organisatie;
vervolgens worden de medewerkers met een tijdelijk dienstverband herplaatst op basis van de volgende uitgangspunten:
de medewerker blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen;
de medewerker wordt overgeplaatst naar een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie;
de medewerker wordt overgeplaatst naar een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie;
de medewerker wordt, indien niet plaatsbaar als bedoeld onder 1, 2 en 3, al dan niet bovenformatief tijdelijk tewerkgesteld binnen de gemeentelijke organisatie.
Herplaatsingsbesluiten als bedoeld in het eerste lid, sub a en sub b, onderdelen 2 en 3 worden genomen met inachtneming van de herplaatsingsprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van dit Sociaal statuut.
Hoofdstuk
Artikel 3:3
Voorkeursvolgorde bij herplaatsing
Onderdeel van Sociaal statuut gemeente Stadskanaal 2013