Naar hoofdinhoud
Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening subsidie onderzoek, ontwikkeling en innovatie bij agrarische bedrijven”. Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 september 2013. Burgemeester en wethouders voornoemd, Peter Veenman gemeentesecretaris Arnoud Rodenburg Burgemeester Algemene toelichting op deVerordening subsidie onderzoek, ontwikkeling en innovatie bij agrarische bedrijven IODS-convenant Met het IODS-convenant (Integrale ontwikkeling tussen Delft en Schiedam) is de gebiedsontwikkeling gekoppeld aan de uitvoering van het traject A4, tussen Delft en Schiedam. In het convenant zijn de afspraken vastgelegd ten aanzien van doelstellingen, bestuurlijke verantwoordelijkheid, betrokkenheid van partijen, planning en de financiering op hoofdlijnen. Een van de projecten die voortvloeit uit het convenant is de Pilot Groen ondernemen, duurzaam boer blijven. Uitgangspunt hiervan is om de agrarische sector als drager van het open veenweidegebied een impuls te geven om haar rol als producent en beheerder van dit gebied in de toekomst zeker te stellen. De gemeente Midden-Delfland is aangewezen als trekker van dit plan. Opdracht is het bedenken en uitvoeren van een plan van aanpak voor het geven van een kwalitatieve en duurzame impuls aan de (melk)veehouderijsector in Midden-Delfland. Deze opdracht is verder uitgewerkt in het Studie- en innovatieprogramma ‘Kringloopboeren Midden-Delfland’ (zie ook: www.boerinmiddendelfland.nl). Kringlooplandbouw Het project Kringloopboeren Midden-Delfland is een innovatieproject dat agrariërs stimuleert hun duurzaamheidsprestaties verder te verbeteren op basis van het concept kringlooplandbouw. Dit zijn veelal prestaties die niet vanuit de markt betaald worden en waar beloningssystemen voor groene maatschappelijke diensten niet op van toepassing is. Gedurende de projectperiode moet vastgesteld worden wat de mogelijkheden zijn om na afloop een certificaat voor kringlooplandbouw toe te kennen. Streefjaar hiervoor is 2017. Het project kent een praktische insteek. Het behalen van resultaten staat voorop, waarbij dit uiteindelijk kan uitmonden in een certificaat voor kringlooplandbouw. Het project werkt vanuit zes verschillende thema’s, te weten: waterkwaliteit, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, klimaat, biodiversiteit en landschap en de ecologische voetafdruk. Onder begeleiding van externe deskundigen brengen de agrariërs de verschillende kringlopen en hun onderlinge relaties binnen hun bedrijf in beeld. Vanuit die informatie wordt geëxperimenteerd met verbeteringen van de kringloop. Deze informatie wordt onderling uitgewisseld en kan per agrarisch bedrijf individueel worden doorgevoerd. De uitkomsten van het project zijn niet gericht op productieverhoging, maar het beter sluiten van de kringloop. De resultaten hebben dan een kwaliteitsverhogend effect op de productie. In essentie is de doelstelling van het project het streven naar een zo efficiënt mogelijke duurzame bedrijfsvoering op lange termijn, welke is gericht op een minimale milieu- en natuurbelasting. Studiegroepen Om een maximaal resultaat te bereiken werken de agrariërs uit het gebied Midden-Delfland samen in studiegroepen. De studiegroepen werken als een Community of Practice, werkgemeenschappen waarin ervaringen gedeeld worden en gebouwd wordt aan het bereiken van gemeenschappelijke doelen. De studiegroepen zijn de basis van het project Kringloopboeren Midden-Delfland. Het ‘studieseizoen’ loopt van oktober tot april en omvat in principe 3 groepsbijeenkomsten en 2 excursies. Deelnemers bepalen vooraf welke onderwerpen zij willen bespreken, welke persoonlijke en gemeenschappelijke doelen voor ogen staan en welke gastsprekers (experts, trendwatchers, burgers, etc.) zij willen uitnodigen. De studiegroepen zijn thematisch van karakter; Er zijn drie verschillende thema’s: 1.Gezonde koeien Het doel is de dierbenutting verbeteren en het antibioticagebruik te verminderen. Deelnemers werken aan weerbare koeien met een goede benutting. Voeding, welzijn/huisvesting en fokkerij zijn de onderwerpen waarmee in theorie en de praktijk gewerkt wordt. Waar (per jaar) de nadruk op komt te liggen en wat de bedrijfsexperimenten en DEMO’s worden, is onderwerp van afstemming binnen de studiegroep. 2.Vitale bodem en gras Het doel is de bodembenutting verbeteren. Deelnemers werken aan het opbouwen van een vitale bodem. Bemesting, beworteling, organische stof, bodemleven, bodemchemie, waterhuishouding en structuurverbetering zijn de onderwerpen waarmee in theorie en de praktijk gewerkt wordt. Waar (per jaar) de nadruk op komt te liggen en wat de bedrijfsexperimenten en DEMO’s worden, is onderwerp van afstemming binnen de studiegroep. 3.Strategisch ondernemerschap en economie Het doel is bewuste keuzes maken die bij jou en je bedrijf passen en die de ‘gebiedsbenutting’ verbeteren. Deelnemers werken aan het versterken van het ondernemerskracht. Dilemma’s worden besproken. Basis is het ontwikkelen van een duurzame bedrijfsstrategie en lange termijn visie (‘een stabiele lijn’) verder. Het delen van bedrijfscijfers, toekomstvisies, successen en tegenvallers staat in deze themagroep centraal. Tussen de verschillende thema’s is de kennisuitwisseling gewaarborgd door middel van de organisatie van minimaal één centrale bijeenkomst en begeleiding van de thematische studiegroepen vanuit één organisatie. (zie ondersteuning studiegroepen) Een thematische studiegroep bestaat maximaal uit 15 deelnemers. Voor het gebied Midden-Delfland is dat een representatief aantal om wetenschappelijk onderbouwde conclusies te kunnen trekken over de uitkomsten vanuit de proef- en demonstratieprojecten. Deze cijfers kunnen, in combinatie met andere gegevens, gebruikt worden door de gehele Nederlandse agrarische sector. Ondersteuning Studiegroepen De studiegroepen hebben externe begeleiding door deskundigen vanuit het Louis Bolk Instituut (LBI). Deskundigen van dit instituut zijn gespecialiseerd in het leggen van verbindingen tussen theorie en praktijk en het begeleiden van DEMO- en bedrijfsexperimenten. Dit vanuit de visie dat kijken&meten is weten. Het LBI heeft meer dan 35 jaar ervaring in onderzoek en advisering in duurzame en biologische landbouw, zoals reductie van CO2-uitstoot, vermindering van pesticidengebruik, diervriendelijke stalinrichting en stimuleren duurzaam bodemgebruik. Het verzorgen van het kringloopkompas en vergaren van de benodigde cijfers wordt gecoördineerd vanuit het bedrijf Boerenverstand. Het Kringloop-Kompas is een uniforme milieuscore, waarmee voor een individueel melkveebedrijf in kaart wordt gebracht hoe deze scoort ten aanzien van het sluiten van kringlopen. Hoe meer de kringloop gesloten is, hoe lager de verliezen naar het milieu en klimaat en dat alles in samenhang met een aantrekkelijk landschap. Binnen het Kringloop-Kompas speelt de mineralenbalans (de aanvoer van krachtvoer en kunstmest op het bedrijf minus de afvoer van melk en vlees) een belangrijke rol. Eén van de grondleggers van het ‘koekompas’ is beschikbaar als vraagbaak voor de studiegroepen en dierenartsen. Bij het koekompas staat het dierenwelzijn voorop. Koeien die goed in hun vel zitten worden ouder en zijn minder vaak ziek. Om te meten of koeien is het instrument van het koekompas ontwikkeld. Het koekompas meet hoe het is gesteld met het dierenwelzijn op een boerderij. Aan de hand van een checklist worden onder meer de stal en het voer beoordeeld. Ook wordt kritisch naar de koe zelf gekeken. Bijvoorbeeld heeft de koe geen wondjes en is haar vacht mooi glanzend. Het resultaat van de checklist is een score op zeven onderdelen. Met deze score heeft de agrariër aanknopingspunten om het dierenwelzijn verder te optimaliseren. Doestelling subsidieverordening De doelstelling van de subsidie is om agrarische ondernemers te stimuleren door middel van deelname aan de studiegroepen Kringlooplandbouw Midden-Delfland het proces van innovatie en vernieuwing op basis van duurzaamheid te versnellen. Dit wordt gedaan door enerzijds het verzorgen van deskundige ondersteuning van de studiegroepen en anderzijds door deelnemers aan de studiegroepen te belonen voor hun inspanningen en prestaties op het gebied van innovatie en vernieuwing. De ter beschikking te stellen subsidie is verplichtend van karakter. Agrariërs moeten actief deelnemen aan de studiegroep en aanwezig zijn bij de georganiseerde bijeenkomsten. Hierbij wordt een actieve houding gevraagd om kennis en bedrijfsgegevens te delen voor onderzoek en ontwikkeling van de bedrijfsvoering en het meer sluitend maken van de kringlopen. Van de resultaten uit de studiegroepen kunnen andere agrariërs profiteren. Uiteindelijk resultaat is een lagere milieubelasting, een kleinere ecologische voetprint en verbetering van het imago van de veehoudersector. Naast haar primaire functie in de voedselproductie blijft deze sector in staat om in Midden-Delfland haar rol als hoeder van het landschap te vervullen. Bekostiging van deze subsidie gebeurt door gebruik te maken van de incidentele provinciale subsidie voor Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland, toegekend bij beschikking van 12 september 2012, kenmerk DOS-2012-0003036 PZH-2012-333369329. Regeling Omnibus Decentraal Het verstrekken van subsidie aan ondernemingen kan de concurrentieverhoudingen op de vrije markt verstoren. Anderzijds is het regelmatig nodig om subsidie te verstrekken om overheidstaken te realiseren, waarbij de subsidie als stimulans voor ondernemers kan worden ingezet. Het verstrekken van subsidie is dan mogelijk, mits aan de Europese regelgeving op dit vlak wordt voldaan. Het verstrekken van subsidie op basis van deze verordening aan de agrarische ondernemingen heeft als specifieke overheidsdoelstelling het open agrarische cultuurlandschap van Midden-Delfland te behouden en te versterken. De studiegroepen binnen het project Kringloopboeren Midden-Delfland zijn gericht op onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Door het IPO (Interprovinciaal Overleg) is de ‘Omnibusregeling voor provincies en gemeenten voor de staatssteunaspecten van subsidiemaatregelen gericht oponderzoek, ontwikkeling en innovatie’ (OO&I) opgesteld. Deze omnibusregeling is aangemeld en goedgekeurd door de Europese Commissie bij beschikking N 726a/2007 van 03.04.2008 en N 726b/2007 van 22.04.2008. De regeling is verlengd en gewijzigd bij beschikkingen SA.34101 (2011/N) en SA.34102 (2012/N). Met deze goedkeuring door de Europese commissie is het nu niet meer nodig om gemeentelijke OO&I ontwerpmaatregelen en regelingen te notificeren bij de Europese Commissie en te wachten op goedkeuring. De omnibusregeling kan fungeren als juridische paraplu boven dergelijke maatregelen en regelingen die de staatssteunaspecten afdekt. De omnibusregeling OO&I is met uitstek geschikt om het leveren van de inspanning door agrariërs aan de studiegroepen van het project Kringloopboeren Midden-Delfland financieel te waarderen en mogelijk te maken. Module Omnibus Decentraal De omnibusregeling OO&I bestaat uit negen verschillende modules. Voor het project Kringloopboeren Midden-Delfland is module 1 (O&O projecten), onderdeel ‘experimentele ontwikkeling met samenwerking onderneming en onderzoeksorganisaties’ van toepassing. Daar sprake is van kleine onderneming is op basis van deze module het maximale steunplafond 60%. Experimentele ontwikkeling Bij het onderdeel experimentele ontwikkeling staan kennis en vaardigheden centraal. Het gaat dan om het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van al bestaande wetenschappelijke en technische kennis en vaardigheden met in deze specifieke situatie als doel om te komen tot verbeterde producten en procedés. Hoe kan de voedselkwaliteit en voedselveiligheid op de lange duur gewaarborgd blijven tegen een lagere milieubelasting en kleinere ecologische voetprint. Zonder stimulans vanuit de overheid is de kans dat de sector zelfstandig tot realisatie hiervan overgaat beperkt of niet aanwezig. Tegelijkertijd is sprake van een maatschappelijk belang als de milieubelasting en ecologische voetprint te verminderen. In verband hiermee is er een algemeen belang aanwezig om dit te stimuleren. Het gebied Midden-Delfland leent zich bij uitstek voor dit experimenteel onderzoek. Mede door de centrale ligging binnen de stedelijke agglomeratie van Rotterdam en Den Haag is in dit gebied vooral sprake van kleinschalige landbouw en onderlinge afhankelijkheid tussen de verschillende melkveehouderijen. Om de economische vitaliteit van de veehouderijsector op lange termijn te waarborgen binnen de stedelijke agglomeratie is schaalvergroting niet mogelijk. Het gebied vervult voor de stedeling belangrijke toeristische en recreatieve waarden. Deze waarden gaan verloren bij een omschakeling naar grootschalige en intensieve veehouderij. Stimulerend effect en noodzaak van steun Op basis van de uitgangspunten van Omnibus Decentraal is het doel van staatsteun voor OO&I dat de begunstigde zijn gedrag wijzigt en zijn activiteiten op OO&I uitbreidt. De OO&I activiteiten moeten dankzij de steun in omvang, reikwijdte, bedrijf of uitvoeringssnelheid toenemen. De melkveehouderijsector is traditioneel van aard. Deze sector bestaat in het gebied Midden-Delfland voornamelijk uit relatief kleine traditionele extensieve agrarische bedrijven. Op individuele basis is nagenoeg geen sprake van innovatie. Op het terrein van innovatieve ontwikkelingen is de sector volgend op wetenschappelijk bewezen uitgangspunten. In potentie is de wens tot innovatie aanwezig. Echter doordat in nagenoeg alle situaties sprake is van familiebedrijfjes is het niet mogelijk om als zelfstandige ondernemer te investeren in OO&I op het eigen bedrijf. De aanwezige innovatieve kracht wordt met behulp van deze subsidieregeling aangeboord. Kracht zit hem in vrijwillige samenwerking. De afgelopen twee jaar is op vrijwillige basis samen gewerkt in studiegroepen. Hierbij is ervaring opgedaan met de bestaande instrumenten van het Kringloopkompas en het Koekompas. Een volgende stap in het innovatieve proces is om themagericht met elkaar te gaan samenwerken. De opzet van de thema studiegroepen vraagt van de deelnemers een aanzienlijke tijdsinspanning. De tijdsinzet voor de deelname aan de studiegroepen overstijgt aanzienlijk de grenzen van de reguliere bedrijfsvoering. Deze subsidieverordening maakt het mogelijk 60% van de inzet te vergoeden. De ondernemer wordt geacht zelf ook een bijdrage te leveren aan de OO&I activiteiten. Door onder deskundige begeleiding onderling bedrijfsgegevens uit te wisselen en die kennis over te dragen aan anderen ontstaat een innovatieve impuls voor de agrarische melkveehouderijsector in Midden-Delfland. Op termijn zijn deze resultaten niet alleen van belang voor het gebied van Midden-Delfland maar kunnen toegepast worden in andere veenweidegebieden in Nederland. Met het meer sluiten van de kringlopen op de agrarische bedrijven wordt voldaan aan de doelstellingen van het nieuwe Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid. De huidige subsidieverordening is gericht op het MKB (landbouw valt volgens de Europese uitgangspunten onder de MKB) en kent een totale steun die lager is dan 7,5 miljoen euro. Op basis van de Omnibus Decentraal wordt geacht dat het stimulerend effect op het terrein van OO&I altijd aanwezig. Een nadere toetsing is dan niet meer noodzakelijk. Zoals hiervoor is omschreven is het stimulerend effect ook daadwerkelijk aanwezig, zodat ook aan de intenties van de Omnibus Decentraal wordt voldaan. Volstaan kan worden met melding van de subsidieregeling bij Europa Decentraal en achteraf rapportage via het ministerie bij de Europese commissie. Deze subsidie heeft geen marktverstorende werking. Agrariërs zijn voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk van de melkprijzen. Deze zijn door individuele agrariërs nagenoeg niet te beïnvloeden, terwijl de subsidie daarmee geen enkele relatie heeft. Met de subsidie wordt in eerste instantie beoogd om door middel van innovatie in het bedrijfsproces de duurzaamheidsprestaties te vergroten. Dit heeft een positieve uitstraling op het imago van de sector en meer specifiek voor het gebied Midden-Delfland binnen de metropool Rotterdam Den Haag. De subsidie is niet gericht op exploitatiesteun aan de agrariër. De subsidie richt zich op het gedeeltelijk vergoeden van de extra inzet die de agrariër moet plegen bij het uitvoeren van proef- en demonstratieprojecten. Een meer innovatieve en duurzame bedrijfsvoering moet er op termijn wel toe leiden dat de bedrijfskracht van de agrariër toeneemt. Hierdoor is hij beter in staat om op langere termijn een duurzame bedrijfsvoering te hebben en tegelijkertijd zijn rol als hoeder van landschap te vervullen. Subsidieverordening Midden-Delfland 2009 Op de toekenning van subsidie zijn de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene subsidieverordening Midden-Delfland 2009 van toepassing. Laatstgenoemde verordening biedt het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere regels in te stellen. Hiervan is gebruik gemaakt door vaststelling van de Verordening subsidie onderzoek, ontwikkeling en innovatie bij agrarische bedrijven. Op deze subsidieverordening zijn de in de Awb en de algemene subsidieverordening opgenomen voorschriften van overeenkomstige toepassing en worden in de nadere regels niet meer apart genoemd. In verband met een heldere communicatie is er voor gekozen om de naamgeving van het document aan te passen in ‘verordening’, in plaats van ‘nadere regels’. Artikelsgewijze toelichting

Rechtspraak bij dit artikel