Onverminderd het bepaalde in artikel 21, tweede lid, bedraagt de
verlaging:
tien procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één
maand bij een gedraging van de eerste categorie;
vijfentwintig procent van de inkomensvoorzieningsnorm
gedurende één maand bij gedragingen van de tweede
categorie;
vijftig procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende
één maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende
één maand bij gedragingen van de vierde categorie;
De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt
verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen zes maanden na
bekendmaking van het besluit waarbij de verlaging is opgelegd,
opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als genoemd in
artikel 28.
Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, bedoeld in artikel 25, derde lid.
Indien de belanghebbende zich binnen drie maanden na bekendmaking
van een besluit waarbij toepassing is gegeven aan het tweede lid,
wederom schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als genoemd in
artikel 28, wordt een verlaging opgelegd waarbij de hoogte en de
duur nader wordt bepaald met inachtneming van artikel 21, tweede lid
en artikel 26, zesde lid.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 29
De hoogte en de duur van de verlaging
Onderdeel van Verordening wet investeren in jongeren Gemeente Capelle aan den IJssel 2010