Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 31

De hoogte en de duur van de verlaging

Onderdeel van Verordening wet investeren in jongeren Gemeente Capelle aan den IJssel 2010

Onverminderd het bepaalde in artikel 21, tweede lid, bedragen de verlagingen genoemd in artikel 30, eerste en tweede lid als volgt: vijf procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie; tien procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de tweede categorie; Onverminderd het bepaalde in artikel 21, tweede lid, wordt de verlaging genoemd in artikel 30, derde lid afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag gerelateerd aan de netto-inkomensvoorziening en op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: 10% van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 20% van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: 40% van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- tot € 6.000,-: 100% van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 6.000,- tot € 8.000,-: 100% van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende twee maanden; bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,-: 100% van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende twee maanden plus één maand voor elke € 2.000,- waarmee het benadelingsbedrag boven € 8.000,- uitstijgt. De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de verlaging wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 25, derde lid. Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij toepassing is gegeven aan het derde lid, wederom schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging, wordt een verlaging opgelegd, waarbij de hoogte en de duur nader wordt bepaald met inachtneming van artikel 21, tweede lid en artikel 26, zesde lid. Van het opleggen van de verlaging als bedoeld in het eerste lid onderdeel a kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij voor de betreffende verwijtbare gedraging binnen een periode van twee jaar eerder een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel