Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 5.

Artikel 3.16

Bescherming van de gezondheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee

Onderdeel van APV regeling (7.2a1)

1.. De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht maatregelen te treffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de bescherming van de gezondheid van de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituee, alsmede de bescherming van de volksgezondheid. 2.. De exploitant en de beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verrplicht de in het bedrijf werkzame prostituees in de gelegenheid te stellen zich regelmatig te laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen overeenkomstig de landelijke richtlijnen van de stichting SOA-bestrijding. 3.. Indien een arts vast verbonden is aan de seksinrichting of het escortbedrijf, meldt de exploitant of beheerder de naam en adres van deze arts aan de GGD. 4.. De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht medewerkers van de GGD toegang te verlenen tot het prostitutiebedrijf om controle uit te voeren in het kader van het protocol Technische Hygiënezorg Seksinrichtingen en om voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren en voorlichtingsmateriaal te verstrekken gericht op bevordering en instandhouding van de gezondheidssituatie van de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituees. 5.. De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht er zorg voor te dragen dat onder de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituees voldoende informatie- en voorlichtingsmateriaal in verschillende talen wordt verspreid over de aan prostitutie verbonden gezondheidsrisico's en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van instellingen op het gebied van de gezondheidszorg en de hulpverlening 6.. De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht een bedrijfsbeleid te voeren waarin de toepassing van veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee centraal staan 7.. De in het vorige lid bedoelde verplichting houdt in ieder geval in dat: in de werkruimten altijd voldoende wettelijk goedgekeurde condooms voor gebruik beschikbaar zijn; de prostituee het werken zonder condoom mag weigeren; de prostituee klanten en/of bepaalde diensten mag weigeren; de prostituee mag weigeren met de klant alcoholhoudende dranken te drinken; de prostituee niet verplicht kan worden zich geneeskundig te laten onderzoeken; de prostituee het recht heeft op een vrije artsen keuze; voor een seksinrichting of escortbedrijf geen reclame wordt gemaakt waarbij de garantie wordt gegeven of op andere wijze wordt aangegeven dat de in het bedrijf werkzame prostituees vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Rechtspraak bij dit artikel