Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.1

Beleidsregel verlenen of weigeren vergunning vellen houtopstand (artikel 4:12c, eerste en tweede lid, APV)

Onderdeel van APV regeling (7.2a1)

De beoordeling of een vergunning voor het vellen van houtopstand wel of niet verleend kan worden, vindt plaats met de volgende beoordelings-/afwegingscriteria: De vergunning wordt geweigerd als natuurschoon, landschapsschoon, in aanzienlijke mate worden aangetast en er geen/onvoldoende relevante belangen van de aanvrager zijn, die daartegen opwegen. Belangen van de aanvrager zijn bijvoorbeeld agrarische en/of financiële belangen; agrarische belangen hebben bijvoorbeeld betrekking op een goede/efficiënte bedrijfsvoering en bewerking van het land; financiële belangen hebben bijvoorbeeld betrekking op schade aan gebouwen/opritten/funderingen e.d. Bomen moeten niet zonder meer wijken voor economische belangen, zoals het beter bewerkbaar zijn van akkers of het voorkomen van water- en voedselonttrekking of schaduwwerking. De vergunning wordt geweigerd als (binnen de bebouwde kom) dorpsschoon en ook de waarde voor de leefbaarheid van een straat of buurt in aanzienlijke mate worden aangetast en er geen/onvoldoende relevante belangen van de aanvrager zijn, die daartegen opwegen. Relevante belangen van de aanvrager zijn in dat geval financiële belangen, belang van voldoende licht/uitzicht e.d. In deze gevallen zal - zeker wanneer het om grote bomen in voortuinen gaat - het belang van de aanvrager/bewoner eerder de doorslag geven dan in de onder a bedoelde gevallen. Wanneer door middel van een herplantplicht het totale areaal bomen/beplanting in stand gehouden kan worden, wordt - afgezien van de hiervoor onder a tot en met  b genoemde gevallen - als het enigszins mogelijk is een vergunning voor het vellen van houtopstand verleend. Wanneer de veiligheid van mensen en dieren in ernstige mate bedreigd wordt, en het belang van behoud van natuurschoon, landschapsschoon en/of dorpsschoon hier niet tegen op weegt, wordt een vergunning wel verleend. Bomen moeten dus wel wijken als er sprake is van ernstig gevaar voor omvallen of van overlast, bijvoorbeeld als gevolg van bladval, verstopping van rioleringen, vermindering bezonning of uitzicht. Wanneer het om oude bomen gaat, wordt de kwaliteit/conditie ter plekke bekeken. Bij een te slechte kwaliteit/conditie wordt geadviseerd om wel een vergunning te verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel