Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10.

Artikel 10.4.

Begrotingsprocedure

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord

1.. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting jaarlijks voor 1 mei toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan het Regionaal College. De ontwerpbegroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2.. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.. De raden van de deelnemende gemeenten en het Regionaal College kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 4.. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 5.. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur daarover bericht aan de raden van de deelnemende gemeenten en het Regionaal College, zo nodig vergezeld van de vastgestelde begroting, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 7.. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen in dit artikel van overeenkomstige toepassing tenzij die wijziging geen verhoging geeft voor de bijdrage van de gemeenten en/of de politieregio.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel