**1..** Het is verboden om in en binnen een straal van vijftig meter van een archeologische vindplaats, zoals bedoeld in artikel 1, sub d van deze verordening, de bodem dieper dan de bouwvoor te verstoren.
**2..** Het verbod in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing indien:
in het geldende omgevingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of;
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of;
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
burgemeester en wethouders nadere regels stellen, gericht op archeologische monumentenzorg, voorafgaand aan of samengaand met de uitvoering van de werkzaamheden die leiden tot een verstoring van de bodem als bedoeld in lid 1.