Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV.

Artikel 7.

Opgravingen en begeleiding

Onderdeel van Erfgoedverordening

1.. Indien binnen het grondgebied van de gemeente Maastricht archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in de zin van artikel 1, sub h van de Monumentenwet 1988 en/of artikel 1, sub g van deze verordening dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet: het college van Burgemeester en Wethouders een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1, sub f van deze verordening; de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1, sub e van deze verordening ter goedkeuring aan het college te overleggen. 2.. In de nadere regels, als bedoeld onder lid 1, sub a nemen Burgemeester en Wethouders bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van Burgemeester en Wethouders in acht te worden genomen. 3.. Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de archeologische monumentenzorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel