1. 1. De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm;
  2. 2. De maatregel wordt toegepast op de bijzondere bijstand indien:

    a. aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de wet;

    b. het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid dan wel van schending van één van de verplichtingen genoemd in de wet of in het Bbz;

    c. belanghebbende zich zeer ernstig heeft misdragen als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet;

    d. de bijzondere bijstand bestemd is voor de woonkosten en de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering, en verleend wordt aan zelfstandigen, die bijstand voor het levensonderhoud krachtens het Bbz ontvangen of hebben ontvangen.