Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7 Afdoening

Artikel 2.7 Afdoening

Onderdeel van Verordening interne afhandeling klachten

1.. De onderzoeker rapporteert binnen vier weken na de datum van ontvangst van de klacht schriftelijk aan burgemeester en wethouders. Aan de rapportage wordt een verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 2.6. gehecht. Indien de klacht een gedraging van de raad/een raadslid/een ambtenaar werkzaam op de griffie betreft wordt gerapporteerd aan de raad. De rapportage gaat vergezeld van een geanonimiseerd conceptbesluit. 2.. Binnen twee weken nadat de rapportage is uitgebracht, besluiten burgemeester en wethouders over de afdoening van de klacht. Indien de klacht een gedraging van de raad/een raadslid/een ambtenaar werkzaam op de griffie betreft, besluit de raad in dezelfde vergadering als waarin gerapporteerd is over afdoening van de klacht. De behandeling geschiedt niet in het openbaar, tenzij de raad bij meerderheid van stemmen anders besluit. 3.. Het besluit wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de klager medegedeeld. Klager wordt bij deze mededeling tevens gewezen op de mogelijkheid om zijn klacht in tweede instantie te laten onderzoeken door de Ombudscommissie. Een afschrift van het besluit wordt eveneens gezonden aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft. 4.. Indien de klacht niet binnen een termijn van zes weken kan worden afgedaan, kan de afhandeling met ten hoogste vier weken verdaagd. De klager wordt hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel