1.. Alle begrippen in deze verordening die niet nader omschreven zijn hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.

2.. In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - wet: de WWB, IOAW en IOAZ;
  • - Wet suwi: Wet uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
  • - bijstand: algemene en bijzondere bijstand;
  • - algemene bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5 sub b WWB;
  • - bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5 sub d WWB;
  • - bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5 sub c WWB;
  • - uitkering: een uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAZ of in artikel 5 IOAW;
  • - uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde bruto grondslag, bedoeld in artikel

    5 lid 4 IOAW of IOAZ;

  • - norm: de norm als bedoeld onder sub f en h;
  • - maatregel:
  • - benadelingsbedrag: algemene bijstand waar eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep op wordt gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening van bestaan.
  • - college:
    • - het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere voor zover het de uitvoering van de WWB en IOAW betreft of
    • - het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad voor zover het de uitvoering van de IOAZ betreft. Dit geldt niet voor het vaststellen van beleid of nadere regels.
  • - raad: de gemeenteraad van de gemeente Almere