1.
De toekenning van de bijdrage vervalt, zodra:
a.
blijkt dat de bijdrage ten gevolge van een onjuiste
of onvolledige opgave is verleend;
b.
niet wordt voldaan aan de in het bijdragebesluit
opgenomen voorschriften en/of de bepalingen in deze
verordening;
c.
degene aan wie de bijdrage is toegekend ophoudt
eigenaar te zijn of anderszins onbevoegd wordt over
de houtopstand te beschikken;
d.
de houtopstand teniet is gedaan;
e.
niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij
toekenning van de bijdrage.
2.
Ingeval het eigendom van de houtopstand gedeeltelijk
overgaat of de houtopstand gedeeltelijk teniet gaat,
bepalen burgemeester en wethouders of en in hoeverre
voor het overblijvende deel van de houtopstand
verdere verlening van de bijdrage plaatsvindt.
straf- en slotbepalingen
Hoofdstuk 1
Artikel 14
intrekkingsgronden en terugvorderen van bijdragen
Onderdeel van Bomenverordening 2010